Gemodelleerde wasmodellen en vijlwasmodellen moeten veelvuldig
omgerekend worden naar een eindgewicht in een edelmetaallegering.
Hiervoor is het nodig de soortelijke massa van de was en van de
gewenste legering te weten.
De verschillende in de goud-en zilverbranche gebruikte wassoorten
hebben een soortelijke massa van ongeveer 1. Dat maakt de berekening gemakkelijk.
De gebruikelijke edelmetaallegeringen hebben binnen een gehalte ook
verschillen qua soortelijke massa. Deze is afhankelijk van de
samenstelling van de legering. ( bv. lichtgeel, geel, warmgeel,
lichtrose, donkerrose, rood)
Veelal is een benadering van het eindgewicht al voldoende omdat na het
gieten ook nog verzuiverd moet worden. We kunnen daarom zonder
probleem een gemiddelde soortelijke massa van de verschillende
gehaltes nemen om de berekening gemakkelijk te kunnen maken.
0.585 kleurlegeringen SM 13,5
0.585 nikkelwitgoud SM 13,5
0.585 palladiumwitgoud SM 15,5
0.750 kleurlegeringen SM 15,5
0.750 nikkelwitgoud SM 15,5
0.750 palladiumwitgoud SM 19
Ag 925 SM 10,5
brons SM 9
Rekenvoorbeeld:
Vijlwasmodel weegt 10 gram.
Te gieten legering: 0.585 geelgoud, SM 13,5
Gewicht gietstuk: 10 X 13,5 = 135 gram
Een andere veelvoorkomende vraag luidt bv:
Er is een zilveren ring 0.925 waarvan een kopie in 0.585 geelgoud
gemaakt moet worden.
In dit geval zal een rubber matrijs gemaakt worden om de kopie te
maken.
Voor de berekening vooraf moet omgerekend worden van een
zilverlegering naar een goudlegering omdat de soortelijke massa van
beide legeringen verschilt.
Rekenvoorbeeld:
Zilveren ring weegt 10 gram.
SM Ag 925 = 10,5
SM 0.585 geelgoud = 13,5
10: 10,5 = 0,952
0,952 x 13,5 = 12,852
De 0.585 geelgouden ring zal dus ongeveer 12,85 gram gaan wegen.
In werkelijkheid zal na het maken van een normale matrijs nog een
krimp van 3 - 4 % optreden t.o.v. het originele model. Het gietstuk
zal dus lichter gaan uitvallen.
(Wanneer geen, of minimale krimp gewenst is , kan een speciale matrijs
gemaakt worden.)